Mevrouw Fenna van Dijk - Klooster stuurde mij het volgende verhaal : "Mijn vader vertelde, dat een keer in zijn ouderlijk huis, dus bij Jan Klooster en Fenna Hansens een brief moest worden bezorgd, maar die brief kwam terecht bij een neef, ook Jan Klooster genaamd, die in dezelfde straat woonde, in Winschoten.
 Die neef ging ermee naar een andere Jan Klooster en ze besloten ( de brief zag er nogal officieel uit) het epistel weg te gooien, zonder er aan te denken, dat het voor hun opa bestemd kon zijn.
De brief kwam uit Denemarken. Het was een geheim en het is een geheim gebleven.

Mijn opa, Wilke Mulder..
En vroeger toen ik nog een klein Veertje was riep hij mij vaak en zei hij "Veertje wil je nog een dropje?" Ik ben nooit vergeten hoe ik het blikje met kokindjes drop mocht pakken en op zijn schoot zat ik dan lekker te smikkelen. Toen ik groter werd heeft hij voor mij eens een echte kast gebouwd om mijn poppenkleertjes, die oma Geertje zelf allemaal had gemaakt, in op te bergen,het kastje heeft toen ik uit huis ging jaren bij mijn vader in de kelder gestaan maar tegenwoordig staat hij op mijn dochter haar kamer en heeft zij er haar spulletjes in :-)
Opa kwam me ook wel vaak troosten als ik niet kon slapen 's nachts en bang was,hij maakte warme melk en bracht me weer naar mijn bed. Opa was een lieverd :)

Mijn oma Geertje Houwen had een grote poppen verzameling in haar huis aan de Palmstraat 24 te Utrecht,de kleertjes maakte ze ook zelf voor deze poppen en beneden in het souterrain stonden ze dan uitgestald. Ook verzamelde ze parfum flesjes,die stonden in de woonkamer in een grote vitrine kast. Ze genoot van de Herfst,als ze dan bij ons kwam en we reden langs de Singel dan vond ze de bomen altijd zo mooi van kleur. Elke keer zei ze dat :D

Logeren deden we vaak en dit speelde zich in de jaren 70 af,het was winter en mijn zusje Monique en ik sliepen op zolder. Het was bitterkoud en toen we de volgende dag wakker werden zagen we dat het gesneeuwd had,niet alleen buiten maar ook binnen! Op onze bedden lag een aardige laag sneeuw,geen wonder dat we het zo koud hadden gehad die nacht.

Een verhaaltje van Caroline op ’t Hof – Mulder.
Mijn Opa ( Wilke Mulder) heb ik nooit gekend, Maar wel van verhalen zoals de dropjes die mijn broer dan kreeg de Dropjes Opa
Bij mij zelf is het vooral erg bij gebleven dat ik altijd barbie kleertjes kreeg van oma Mulder en dat ik uren kon rondkijken in de keuken van oma waar alle poppen van haar stonden.
Oma had ook heel veel flesjes parfum in haar hoge kasten in de woonkamer en vaak als we dan naar huis gingen kreeg ik een klein flesje mee naar uit toe.
En natuurlijk oma’s soep die altijd erg lekker was.
Een ding vind ik wel erg we gingen normaal altijd naar oud&nieuw even langs bij Oma Mulder.
En dat hebben in 1999 voor het eerst niet gedaan omdat mijn vader moest werken konden we pas na de 10e van januari. (Oma is overleden op 8 januari)

Ik moet zeggen dat Oma’s dood voor mij de eerste keer was dat ik met de dood te maken kreeg, en mijn moeder vertelde me dat ik er zo mee bezig was dat ik s’nachts in mijn slaap met mijn hoofd tegen de muur ging rammen.
Ze heeft in ieder geval hele goed herinneringen achter gelaten voor mij en daar ben ik blij om.
Zoals wij haar altijd noemde Oma Utrecht.




Egbert Mulder stuurde het onderstaand verhaaltje:

Ik was bij oma & opa in Vriescheloo daar mocht ik spelen bij de molen en dan kwam ik wit van de meel thuis bij oma & opa.
Mijn ma moest mij weer wassen en schone kleren aan trekken voor ik met ma & pa naar huis kon gaan. 

dit is een klein verhaaltje 
Egbert Mulder 

Het volgende verhaal werd door Hanna Groen ingestuurd :

Mijn volledige voornaam is Johanne, leuke anekdote. Ik ben ook geboren in dezelfde woonplaats als Jan Groen (V-j) Holthusen en daar ook ingeschreven in 1955.en als baby van 3 maanden 's-nachts de grens over gesmokkeld naar Nederland omdat de wettige papieren nog niet in orde waren.Mijn ouders hadden mij inderdaad Johanna genoemd maar door een schrijffout van de toenmalige ambtenaar is het dus JohannE geworden.Dit kon helaas niet meer gewijzigd worden. :-(

Ze hadden namelijk een huisje gehuurd in Bellingwolde (mijn vader was Nederlander en mijn Moeder duitse)  ik ben bij mijn grootvader en grootmoeder thuis geboren, ze konden daar niet langer blijven, het huisje waar zij woonden was veel te klein en mijn vader had werk in Nederland dus werd het smokkelen.

Het is wel spannend voor ze geweest want ik was nogal een huilbaby (verwend natuurlijk door opa en oma) en de hele weg huilde ik, ze waren op de fiets met de kinderwagen tussen zich in, zij hadden echt angst dat ze hen ontdekten bij de grens, toen was het allemaal nog niet zo makkelijk als nu. Ca. één kilometer voor de grens stopte ik met huilen en ca.één kilometer na de grens begon ik weer.

Ze zijn niet gepakt en met de nodige zweetdruppeltjes op hun voorhoofd aangekomen in Bellingwolde.
Ik heb geen probleem met het plaatsen van dit verhaal want, het is allemaal goed gekomen met mij :-) Aldus Hanna Groen.

Hendrik van Dalen stuurde mij het volgende :
Na het overlijden van mijn vader (55 jaar) is opa Hendrik van Dalen nog een poosje bij ons (bij mijn moeder en de nog thuiswonende kinderen in huis geweest. Het was me een brave broeder hoor. Dan moest hij van mijn moeder (na aanmaning van de pastoor) zondags naar de kerk, maar het bleek dat hij daar helemaal niet kwam en liever een borreltje ging drinken. Op de gewone tijd kwam hij dan weer thuis, maar 's maandags kwam de pastoor dan vragen waarom hij niet in de kerk was geweest. Mijn broer Roelf kan daar heel wat meer over vertellen,  want die was grote maatjes met hem. Zelf heb ik dat niet meegemaakt, omdat ik toen allang uit huis was. Wel herinner ik me dat wij als kinderen (14, 15 jaar) hem op zijn verjaardag wilden gaan feliciteren op Nieuwjaarsdag. Maar als we dan in Utrecht kwamen was hij nooit thuis. Dan was hij naar een kroeg daar in de buurt om een spelletje te kaarten en een borreltje te drinken!
Broer Thom heeft nog een mooie aanvulling over opa Hendrik:
Henk mijn broer vertelde over mijnheer pastoor Lommerse die regelmatig bij opa kwam. Als wij mijnheer pastoor zagen aankomen op zijn damesfiets en lange rok met hoed,dan zeiden we, Opa ,daar komt mijnheer pastoor aan. Het eerste wat Opa dan deed,greep naar zijn
pet,draaide die zenuwachtig in het rond en zei, "O God zal me zegenen" Hij had veel angst voor Mijnheer pastoor omdat hij het met de kerkgang niet zo nauw nam. Als hij wel naar de kerk was geweest,vroegen wij hem hoe was de preek,dan zei hij altijd,ik heb er weinig van verstaan . Als we vroegen hoe dat kwam zei hij,ik zat helemaal achterin en kon ik hem niet verstaan. Dan moet je voorin gaan zitten,maar zei Opa,ik ben de bedonderd,voorin betaal ik
een kwartje en achterin maar 5 cent.

Familie van Dalen in oorlogstijd.

Ans van Dalen stuurde het onderstaand verhaal :
 

Al was er bij de van Dalens best genoeg te eten, met de brandstof was het wat moeilijker. Kolen waren heel schaars, maar er was een grote houtkachel, dus dat was hout stoken. Nu woonden wij in Soest  en dat heeft een zeer bosrijke omgeving, dus bomen genoeg. Maar de moffen waren de baas in Nederland en hout mocht niet worden gekapt. Maar dat was voor de jongens Van Dalen geen enkel punt!
Het was winter en er lag een dik pak sneeuw. Ze hadden een grote slee en een trekzaag, dus wij om 5 uur in het donker op pad (ik had bij de Van Dalens geslapen!). Met Theo en Klaas ging ik mee, want ik kwam uit een gezin van 10 kinderen en wij hadden alleen maar meisjes en één broer, maar die moest toen al onderduiken. Wij hadden geen hout en ik vond het leuk en noodzakelijk om met de jongens mee te gaan om zo voor ons gezin ook een boom om te zagen.
Wij dus in het donker weg en praatten daarbij niet met elkaar, want niemand mocht ons zien en horen en de slee maakte geen lawaai in de sneeuw. Na een kwartier lopen waren we in het bos en zochten twee bomen uit die op de slee pastten. Maar o wee, één boom viel tegen de bedrading aan van een lichtmast en zo zat een deel van Soest en dus ook de moffen, zonder licht. Wij er als een haas vandoor voor ze ons snapten en we kwamen goed thuis met de twee bomen die in de achtertuin weer in mootjes werden gehakt. Moeder Gozina had dan hete surrogaat thee met een paar sneden roggebrood met spekvet er op. Dat smaakte ons als gebak!
Er zijn natuurlijk heel wat meer verhalen uit die oorlogstijd van vijf lange jaren en de broers van Henk zullen heel wat meer weten dan ik, want zij waren altijd op pad voorzover dat in de tijd kon. Maar we zijn er gelukkig goed doorgerold.

Verder schreef Ans,
Het gaat dan over de jaren 1940-1945 en wel in het gezin van de ouders van Henk. Christiaan Theodorus en Gozina Vis.

Zoals je al weet hadden ze 11 kinderen, 10 jongens en één meisje, waarvan Henk de oudste is.
Je hebt van z'n leven nog nooit zo'n rekbaar en makkelijk gezin gezien. Alles kon daar altijd; iedereen kon mee eten en ook slapen en er werd nergens een probleem van gemaakt. Zo hadden ze in de oorlog onderduikers in huis; een joden jongetje, stapels verboden illegale lectuur en serie's radiotoestellen (ook van anderen die het zelf niet aandurfden een radio in huis te hebben. En ze hadden tegelijk zelf nog een aantal zonen, die wat leeftijd betreft, eigenlijk moesten onderduiken. Maar er was toen nog geen organisatie die de bewuste jongens aan een onderduikadres hielp.
Zo begonnen die rotmoffen als eerste aan mijn Henk. Hij was ruim 20 jaar en we waren net twee maanden verloofd toen hij op transport naar het buitenland moest en op een straffabriek terecht kwam! Ik heb wat afgehuild toen en in angst gezeten. Honderden brieven geschreven die, gecensureerd, toch wel overkwamen. Honger hebben de Van Dalens niet geleden, want de jongens gingen met een bakfiets richting Zwolle over de IJssellinie en ze haalden bij de boeren meel, aardappelen, spek, enz, enz. op. Een paar jongens bleven later daar bij die boeren in Drenthe, ik meen Klaas en Wim. In die tijd werden Pa van Dalen en zoon Kees door de polizei opgepikt omdat ze een ontvluchte kampbewoner (uit concentratiekamp Amersfoort) opgevangen en naar Amsterdam hadden gebracht. Beiden kwamen ze in datzelfde kamp terecht en dat was niet best. Toen ze afgevoerd werden (midden in de nacht) was Ma van Dalen zo slim om de verboden kranten en bladen weg te moffelen; de radio's in het korenveld gezet, joden jongetje en onderduikers ergens anders ondergebracht! Moeder Gozina was nergens van overstuur en bleef rustig. Als door een wonder kwamen Pa van Dalen en Kees na ruim een week weer opdagen, omdat ze beiden volhielden bij de verhoren dat ze niet wisten wie ze hadden weggebracht. Volgens het was het iemand uit het krankzinnigen instituut in Den Dolder! In juni 1945 kwam mijn Henk weer thuis, gezond  en wel, maar broodmager. Wat was ik gelukkig, want veel van die opgepakte jongens waren daar door bommen of de typhus omgekomen.


Pagina 2

Zijn er familie verhalen die je wilt delen en mag het geplaatst worden? Stuur me dan een

Alle verhaaltjes zullen dan hier geplaatst worden met de vermelding van je naam erbij.